Kalkoen is een magere en licht verteerbare vleessoort. Bovendien zit er veel vitamine D in kalkoen, wat neerslachtigheid tegengaat. Dat zou een verklaring kunnen zijn waarom we deze vogel juist in de winter op tafel toveren. Juist omdat eten een gezellig samenzijn moet zijn, heb ik ervoor gekozen de kalkoen op een plank te serveren, zodat iedereen dat stukje kan pakken of afsnijden waar hij zin in heeft. Het vel bevat verhoudingsgewijs veel vet, maar als hij goed krokant gebakken is, valt de smaak beslist niet tegen. Het past overigens prima in een dieet als je alleen de filets eet.

We bereiden de kalkoen in z’n geheel, maar voor het serveren de volgende tips: draai eerst de bouten los, en snij ze van het borstvlees af. Waarschijnlijk komt er bij de aanhechting aan de rug ook enig snijwerk kijken. De dijen en drumstick scheiden, is het makkelijkst met een bijltje. Haal nu de vleugels los, door ze voorzichtig af te scheuren. Snij nu langs het borstbeen om de borst van de rug te scheiden, dwars op de ribben. De borst en rug kun je weer in stukken verdelen. Wees hierbij vooral niet bang iets te breken.