Roken

We schrijven 1996. Noem het een tussenjaar. Ik ben dan 21 en au pair in Brussel. Na dit jaar vol nieuwe ervaringen zal ik bedrijfsleider worden van een coffeeshop in Rotterdam en tegelijk mijn eerste baan als docent invulling geven. Enorm voordeel dat ik mijn leerlingen daar niet nog eens hoef te controleren op leeftijd, ouders gaan evenwel met vraagtekens naar school. De directie doet in mijn mentorklas een oproep achter mijn rug om maar de ik ontspring de dans dankzij solidariteit. We schrijven 1996.

Toen ik achttien werd, dronk ik mijn eerste glas alcohol.

Toegegeven, wel meer dan alleen het eerste. Toen ik achttien werd, werd ik voor het eerst aangeschoten en dronken en ziek van de drank. Daarvoor nooit een druppel, al was de gelegenheid er zeker. Vanwege mijn lengte was ik op schoolfeesten de aangewezen persoon om voor de andere brugpiepers biertjes te halen aan de bar. Zelf nam ik cola.

Toen ik eenentwintig werd, rookte ik mijn eerste sigaret.

Toegegeven, wel meer dan alleen de eerste. Toen ik eenentwintig was, was ik verslaafd aan roken. Daarvoor nooit een haaltje, al was de gelegenheid er zeker. Mijn ouders immers dienen als lichtend voorbeeld, wellicht van hoe het niet moet.

Met tweeënveertig is het precies de helft van mijn leven.

De 50% die ik ervan heb opgestoken. Vorige week moest ik naar de tandarts. Die vond het nodig om mijn gebit eens grondig te reinigen en mij daarmee te pijnigen. In het voortraject moest ik een vragenlijst invullen waarop ook het onderwerp ‘roken’ werd aangesneden. Ik trok zo mijn eigen conclusie en besloot van de ene op de andere dag te stoppen, net zo ik begonnen was, zonder vooropgezet plan of intentie.

De zalm, worst en paling blijven op mijn repertoire.

De mot in de barbecue en de subtiele geur van het spek of de eendenborst wil ik niet missen. Het schijnt zo te zijn dat na een kleine week van onthouding de geuren en smaken weer terug aan terrein winnen, dus dat is dan dubbel genieten. Van iets wat ik niet meer doe, maar zeker ook niet minder. Aan de ene kant heb ik er tabak van, van de andere kant kan het me niet rokerig genoeg smaken. In de keuken deed ik het sowieso al niet, buiten slechts. En daar kan ik nu heel goed buiten.


Reageer

Alle rechten voorbehouden - Wat eten wij?©